De Nederlandse liederenbank online

© Merlijn Schoonenboom in de Volkskrant
Gepubliceerd op 22 juni 2007 00:00, bijgewerkt op 15 januari 2009 19:08

‘Nederland was altijd een zingland’
Vanaf de Middeleeuwen tot nu: een schat aan Nederlandse liederen is vanaf vandaag online op te zoeken.

We typen in: ‘meisje’ en ‘loos’. Een lange reeks liedtitels verschijnt op het computerscherm, waaronder nagenoeg alle bekende versies van de oud-Nederlandse meezinger Daar was laatst een meisje loos. Nog even verder zoeken? Of toch maar doorklikken: een icoontje van een microfoon toont dat er een opname van te horen is.

Een visser is het, uit Vlissingen in 1953, die hier nu enthousiast zingend uit de boxen klinkt. Over het meisje loos dat wilde varen. Iets zwieriger dan het lied nu nog bekend is, een beetje krakerig ook. Hij zingt voor een wetenschapper, die met een bandrecorder langskwam om het vast te leggen. Op zoek naar, zoals dat destijds de gewoonte was, de ‘volksziel’.

De zingende visser is vanaf vandaag terug te vinden in de online-Nederlandse Liederenbank, een databank van ruim 125 duizend Nederlandse liederen – van de Middeleeuwen tot nu, het resultaat van zo’n twintig jaar lang systematisch onderzoek naar Nederlandse liedcultuur.

Bij elkaar is de Nederlandse Liederenbank nu al een van de grootste lieddatabanken ter wereld. Louis Grijp, onderzoeker liedcultuur aan het Meertens Instituut, bijzonder hoogleraar in Utrecht en artistiek leider van het oude-muziek-gezelschap Camerata Trajectina, typt achter de computer nog maar wat voorbeelden. Het Wilhelmus? Er blijken 564 liednotaties te bestaan die een tekst met het woord Wilhelmus erin hebben. Een algemener trefwoord? ‘Studentenlied’: 157 hits. Soms valt het tegen: ‘smartlap’ blijkt geen bruikbaar trefwoord. De band Doe Maar krijgt een bescheiden reeks.

Talrijk blijken de overige Nederlandse gezongen genres echter. Liefdesliederen, geuzenliederen, psalmen, moordliederen, sinterklaas- en spotliedjes staan erin beschreven. En als het even meezit, wordt hij alleen nog maar groter: ‘Vooral met hedendaagse liederen, popmuziek, nederhop’, zegt Grijp. ‘Daarmee hebben we nu nog een auteursrechtelijk probleem. Maar denk ook aan voetballiederen. Er is net een scriptie over geschreven. De informatie hoeft alleen nog maar digitaal verwerkt te worden.’

De hoeveelheid liederen levert een enigszins paradoxaal beeld op. Aan de ene kant bevestigt de Liederenbank volgens Grijp een van de clichés over de Nederlandse muziekgeschiedenis, de basis van het veelbesproken ‘negatieve zelfbeeld’ op muziekgebied. Want nee, ‘Nederland heeft geen eigen muziekidioom. Daarvoor is het altijd te veel een open, internationale samenleving geweest. De meeste melodieën van Nederlandse volksliedjes komen uit andere landen. Alleen de tekst is eigen.’

Aan de andere kant ziet Grijp bevestigd hoe sterk Nederland toch altijd een ‘zingland’ is geweest. Er waren de socialistische jeugdkampen, er was het protestantse huisgezin, zingend rond het harmonium, er is de Meezing-Matthaeus.

Het mega-project begon ergens midden jaren tachtig, toen Grijp melodieën zocht bij Nederlandse 17de-eeuwse teksten. ‘Gewoon, om ze te kunnen zingen.’ Als eerste in Nederland gebruikte hij de computer bij muziekwetenschappelijk onderzoek. Het leidde eerst tot zijn proefschrift, en een nog kleine databank. Daarna kwamen er steeds meer deelprojecten. In totaal werkten er zo’n honderd mensen mee aan de Bank, in Nederland en in Vlaanderen.

De Liederenbank biedt nu nog vooral specialistische informatie (veel is bibliografisch, van een kleiner deel is ook de volledige tekst en melodie beschikbaar), maar er wordt aan gewerkt haar steeds toegankelijker te maken: ‘Zo hoop ik via het heden interesse in het verleden te wekken. Dat het ontstaan van voetballiederen bijvoorbeeld sterk overeenkomt met het ontstaan van strijdliederen vroeger.’

Grijp hanteert de onderzoeksfilosofie ‘Van Hadewych tot Hazes’: alles is interessant, niet alleen de hoge- of alleen de volkscultuur. Voor een groot deel is de Liederenbank echter gebaseerd op de gegevens die eerdere onderzoekers vastgelegden. ‘Er zit 50 jaar werk in.’ Oude boeken en liedbundels zijn ervoor doorgespit, maar ook cd’s en oude opnamen van volksliederen zijn gebruikt, die tijdens veldwerk zijn opgenomen.

De voorgaande generaties muziekwetenschappers waren nog niet zo breed geïnteresseerd. Alle Middeleeuwse liederen waren gedocumenteerd, maar vanaf 1600 is er een steeds beperkter aanbod in de Bank. In de 19de en vroege 20ste eeuw waren de onderzoekers bijvoorbeeld sterk geïnteresseerd in volksliederen. Populaire muziek, van variété tot bioscopen, was niet authentiek ‘volks’ genoeg. Ook dat hoopt Grijp aan te vullen.

Of Grijp er een ‘missie’ mee heeft? Wil hij de liederen vastleggen voordat er niemand meer is die ze kent? ‘Ik zal nooit zeggen dat mensen bepaalde liederen móéten kennen. Maar er is nu wel de mógelijkheid ze te leren kennen. En als ik ergens voor in de bres wil springen: laat mensen vooral in hun eigen taal zingen.

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s