Thirsis Minnewit – frontispice (2)

Thirsis Minnewit 1750-52

Onderzoek leeft! De uitspraak “Niet alle uitgaven van het Thirsis Minnewit bevatten een frontispice, maar als er een afbeelding wordt weergegeven is het deze” blijkt niet te kloppen.

Een Thirsis Minnewit, gedrukt door Johannes Kan(n)ewet in 1750-52, bevat de frontispice die hiernaast is weergegeven.

Het eerste wat opvalt is dat de afbeelding is gespiegeld ten opzichte van de afbeelding in het Thirsis Minnewit uit 1708-11. De basiselementen voor de afbeelding zijn gelijk, maar er zijn ook verschillen te ontdekken. We zien bijvoorbeeld geen bosje naast het minnende paar geen gebouw achter Venus. Wel zien we de toevoegingen van een sokkel met buste, vier dansende nimfen (?) en een berg (de Parnassusberg?).

Thirsis Minnewit – frontispice

frontispice Thirsis Minnewit

Niet alle uitgaven van het Thirsis Minnewit bevatten een
frontispice, maar als er een afbeelding wordt weergegeven is het deze.

Op de frontispice zien we de deels ontblote Godin Venus (Aphrodite) met bloemen in het haar, gezeten in een kar met haar duiven, voortgetrokken door haar zwanen. Deze zwanen worden geleid door de zoon van Venus, Cupido (Eros), herkenbaar aan zijn vleugels en de boog in zijn hand. Op de grond zien we rozen, de bloemen waarmee Venus wordt geassocieerd.
Wat verder opvalt zijn de twee minnende mensen bij een boom en de grote gebouwen op de achtergrond.

De frontispice is gesigneerd door boekverkoper en plaatsnijder Jan Lamsvelt: del. et fec. (ca. 1664-1743) uit Amsterdam.

Wie kan mij meer vertellen over de symboliek in deze afbeelding of over de plaatsnijder Jan Lamsvelt?

reserveletters en humor

Om een beter begrip te krijgen van het muziekleven rond Amsterdam in de achttiende eeuw ben ik begonnen in het boek Het muziekleven in Nederland in de 17de en 18de eeuw.
Hoe geërgerd ik op mijn nagels kan bijten als ik emails met spelfouten lees, zo gelukzalig kan ik wegdromen bij oude teksten met ‘oo’ en ‘sch’ waar je het niet meer verwacht. Ik ben al uitgemaakt voor ‘Nerd’, inderdaad met hoofdletter ‘N’!
Met het risico meer van dergelijke kreten naar mijn hoofd geslingerd te krijgen, hierbij een aantal citaten over de rol van het orgel in de zeventiende eeuw, uit het heerlijke boekje van Balfoort.

Balfoort, Dirk J., Het muziekleven in Nederland in de 17de en 18de eeuw. Amsterdam: P.N. van Kampen & Zoon N.V., 1939.
“De Overheid beschermde dus op alle manieren het orgel, maar zij kon aanvankelijk niet verhinderen dat het tijdens den dienst moest zwijgen. De gevolgen hiervan lieten zich echter danig gevoelen. Het zingen zelf, onder de twijfelachtige leiding van den voorzanger, was op den duur niet aan te hooren, en men zocht naar middelen om hierin verbetering te brengen. Zoo werd bijv. op 18 Febr. 1610 door de Kerkmeesters van de St. Eusebius of Groote kerk te Arnhem besloten “Overmitz groote dissonantie in den Cantu bevonden wort, hetwelck vermoedelijck gechiet door dien datt tota Ecclesia niet genoechsam des Succentoris voersanck horen kan, is goet gevonden, dat hie hem setten sall voran den predigestoell”.”

“[Constantijn] Huygens beschrijft in zijn boekje het kerkgezang op de volgende wijze: “Inderdaed, het laet sich onder ons veeltijds aenhooren, als ofter meer gehuylt ofte geschreeuwt dan menschelick ghesongen worde. De toonen luyden dwars onder een, als gevogelte van verscheide becken. De maten stryden als putemmers, d’een dalende sooveel d’ander rijst”.”

“Ten slotte heeft het orgel toch een volledige overwinning behaald; het kreeg op den duur een tweeledige taak in de Protestantsche kerk te vervullen, n.l. een wereldlijke buiten den dienst en een kerkelijke als begeleider van den gemeentezang. Dit wil helaas niet zeggen dat het zingen erop vooruit ging, toen het orgel weer mocht begeleiden.”

Gezangen of het vrolyk gezelschap der negen zanggodinnen – The Songs of Jan van Elsland

© Ulrike Weinreich

Most of the Dutch seventeenth and eighteenth century songbooks contain no music, since they needed to be inexpensive. Being rare, songbooks with music are important for researching tunes of songs of which only texts are left. Jan van Elsland’s ‘Gezangen. Of het vrolyk gezelschap der negen zanggodinnen’ does not only include musical notes, but also displays a broad collection of profane songs. New tunes stand next to old, popular ones. The texts mirror joy and sorrow of Haarlem’s citizens in the eighteenth century.

Hier kan je de gehele master thesis downloaden

Wouter Hamel – Nobody’s Tune

Om een CD te promoten, moet je je van je beste kant laten zien. Een spetterend optreden van Wouter Hamel en consorten in Tivoli, Utrecht.  Het ene nummer ingetogen, het andere uitbundig. Klapper op de vuurpeil: het jonge ensemble dat een paar minuten speeltijd had gewonnen tijdens Wouters concert. De kleine makkers bliezen het dak er af! Zie dan nog maar eens terug te komen Wouter… Wel gelukt.